
Inhoud
Zoeken op
bediening
Zoeken op MENU/
instellingen
Index
74
NL
Bijwerken
Werkt een opgenomen beeld bij en slaat het op als een nieuwe bestand. Het oorspronkelijke
beeld wordt behouden.
1 Druk op de (weergave)-toets om over te schakelen naar de
weergavestand.
2 MENU t (Bijwerken) t gewenste functie t z op de regeltoets
3 Voer het bijwerken uit volgens de werkwijze in elke functie.
• U kunt geen bewegende of panoramische beelden bijwerken.
(Trimmen) Neemt het ingezoomde
weergavebeeld op.
1 Druk op de (T)-toets om in te
zoomen en op de W-toets om uit te
zoomen.
2 Stel het zoompunt in met de regeltoets.
3 MENU t selecteer een beeldformaat om op te slaan t z
4 [OK] t z
• De beeldkwaliteit van bijgesneden beelden kan afnemen.
• Het beeldformaat dat u kunt bijsnijden, kan verschillen afhankelijk van het
beeld.
(Rode-ogen-
correctie)
Corrigeert het rode-ogen-
fenomeen dat door een flitser
wordt veroorzaakt.
1 Selecteer [OK] met de regeltoets
t z.
• Het is mogelijk dat u rode ogen niet kunt corrigeren, afhankelijk van het
beeld.
(Onscherpte
repareren)
Maakt het beeld scherper binnen
een gekozen kader.
1 Selecteer met de regeltoets het
gebied (frame) van het beeld dat u
wilt bijwerken t MENU.
2 [OK] t z
• Afhankelijk van het beeld wordt
mogelijk niet voldoende correctie
uitgevoerd en kan de kwaliteit van
het beeld afnemen.
Opmerking
Comments to this Manuals